• IN MEMORIAM PIET VAN HOVEN, OUD TRAINER VAN CSV

  • Kluite met vijf o’s

    Het was mei 1981, maar het kan ook juni zijn geweest. De nieuwe trainer Piet van Hoven stelde zich voor aan de selectie. ‘Ik ben Piet van Hoven en ik ben 46 jaar. Ik woon in IJmuiden, ben getrouwd met Ank en heb twee dochters.’ Hij vertelde nog iets over zijn trainersloopbaan die hem onder andere langs VVU en SVIJ had gevoerd.
    Daarna legde hij in het kort uit hoe hij wilde gaan voetballen. Dit had hij voor ons ook op papier gezet evenals het programma van de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Hij had nog één opmerkelijke mededeling: ‘Na iedere training staan er pakken melk voor jullie klaar.’

    Ik was net achttien en had iets van tien wedstrijden in het eerste gespeeld, dus voor mij was zo’n presentatie nieuw -en misschien gold dat voor de rest van de spelersgroep ook wel. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest vinden, dit in tegenstelling tot een aantal van mijn (veel) oudere ploeggenoten. Die vonden er wel wat van. Met name de melk na afloop van iedere training zorgde, toen de trainer al koers had gezet naar IJmuiden, voor de nodige hilariteit. Mij leek de nieuwe trainer wel okay, al vond en vind ik melk niet lekker.

    In augustus startte onze voorbereiding op het nieuwe seizoen. De velden waren allemaal nog van gras dus die waren ergens halverwege augustus nog verboden terrein. Trainer Van Hoven koos voor landgoed Beeckestijn, een beetje zijn achtertuin, als locatie om ons voor te bereiden op het seizoen. Drie weken lang werkten we ons daar drie keer in de week in het zweet.
    De eerste keer herinner ik mij nog goed. Trainer van Hoven kende de weg en wij volgden hem braaf. Bij een T-splitsing wees hij met zijn hand naar links, waardoor een deel van de groep linksaf sloeg, terwijl hij zelf rechtsaf ging. Deze grap herhaalde hij die avond een aantal keer en hij vond dat wel grappig. Wij trouwens ook. Na de zware training reden we terug naar Castricum, waar de melk klaar stond. De melk vond gretig aftrek (ook bij mij), zodanig zelfs dat na een aantal weken het melkquotum omhoog moest.

    Zoals gebruikelijk spraken we Piet aan met trainer. Dat veranderde in de derde trainingsweek door toedoen van Jos Masselink, een ietwat excentrieke middenvelder van Twentse komaf. Jos had door zijn vakantie de eerste twee weken van de voorbereiding gemist. ’Hoe moet ik jou noem’n?’, vroeg Jos na de training. ‘Je mag trainer tegen mij zeggen, of meneer Van Hoven of Piet.’ Voor Jos was het duidelijk. ‘Dan noem ik jou Piet.’ Een aantal spelers volgde schoorvoetend, maar na een aantal maanden sprak geen enkele speler Piet van Hoven meer aan met trainer.

    Piet had de wind bepaald niet mee de eerste jaren. Piet van Hoven had de twijfelachtige eer om met ons twee keer op rij te degraderen. Daar waren verzachtende omstandigheden voor. Na één seizoen moest hij bouwen aan een nieuw elftal, omdat veel oudere spelers ermee stopten. Overigens behaalden we in die twee seizoenen na de winterstop heel veel punten, alleen net niet genoeg om ons vege lijf te redden.
    In die jaren waren we wel de koning van de oefenwedstrijden. Ploegen die veel hoger speelden, werden vaak ruim en makkelijk verslagen. Maar op zondag uit bij Vesdo, DWOW of Kwiek’78, waar volgens Piet jongens met knotwilgknieën speelden, kon je niet lekker voetballen en daar hadden we moeite mee. Soms speelden we ook erg slecht. ‘Het was kluite met vijf o’s’, zei Piet dan in de nabespreking.

    Veel trainers worden voor minder de laan uitgestuurd. Dat gold niet voor Piet. Wij trainden hard en met plezier. Achter Piet zijn trainingen zat altijd een gedachte en waren ook wel afwisselend. Als spelers waren wij dan ook positief over onze trainer. Alleen de loodzware voorbereiding op Beeckestijn,de drie diagonalen over het hele veld die we na iedere training sprintend moesten afleggen en het rondje Castricum als we door de slechte velden echt niet konden trainen, vervloekten we.

    Piet was oprecht geïnteresseerd in de persoon achter de speler. Hij hanteerde het totale mens-principe al lang voordat Louis van Gaal ermee aan de haal ging en hij zorgde voor een goede sfeer. De melk na de training, maar ook de trainingen op zondag in de winterstop of als het op zondag was afgelast waren, droegen daar aan bij. Op zondag was er na de training altijd soep voor ons.

    Met zijn droge humor paste hij ook goed bij de spelersgroep. ‘Kijk die is hard gegroeid’, zei hij een keer wijzend naar een kale man. ‘Hij is zelfs door zijn haar heen gegroeid.’ Piet had zelf een vrij grote neus. Daarover zei hij: ‘Ik stond vooraan toen de neuzen werden uitgedeeld.’
    Een keer stortte tijdens een wedstrijd een speler kermend ter aarde. Hij was aan zijn knie geblesseerd geraakt. Toen de blessurebehandeling wat lang duurde, kwam Piet ook poolshoogte nemen. Hij bestudeerde de knie liet de speler zijn been buigen en strekken en kwam met een duidelijke diagnose. ‘Je hebt bier in je knie.’
    Theo Spijkerman noemde hij steevast Theo Spijkerboor, al weet ik niet meer of wij dat hadden bedacht en Piet het had overgenomen of andersom.

    In zijn vierde seizoen promoveerden we via de nacompetitie. Het werd een moeizaam seizoen. Met het vertrek van Henk Boersma raakten we immers zo’n vijfentwintig doelpunten kwijt. Voor Piet eindigde het seizoen al in de herfst.
    Voorzitter Dick Logchies had in zijn wijsheid besloten dat we de uitwedstrijd tegen het hooggeplaatste Saenden moesten winnen. Zo niet, dan zou Piet iemand naast zich krijgen. Tijdens de wedstrijdbespreking kwam Piet met deze mededeling en voegde er aan toe dat hij bij een nederlaag zou opstappen.
    We verloren met 2-1. Dat kwam volgens ons vooral door onze grensrechter Hans Grootendorst, de eerlijkste clubgrensrechter van Nederland die vandaag de dag iedere VAR overbodig zou maken. Hans vlagde namelijk alleen als het echt buitenspel was. Bij twijfel niet vlaggen, was zijn credo. Zo was het ook bij de winnende treffer van Saenden. Wij waren ervan overtuigd dat wanneer Hans had gevlagd, het doelpunt was afgekeurd.

    Ik weet niet of een puntendeling de positie van Piet had gered en of hij dan niet een aantal weken later alsnog kon vertrekken. Het was in ieder geval een wrang einde voor een trainer die door ons op handen werd gedragen. Een aantal weken later volgde een emotioneel afscheid bij Man Wah, waar bleek dat de humor niet onder zijn vertrek had geleden.
    Piet bestelde ijs als nagerecht, waarop de serveerster vroeg: ‘Met vluchtjes?’Piet antwoordde met een brede grijns. ‘Ik hou niet zo van vlugjes.’

    De club heeft altijd een plaats in zijn hart gehad, zoals Piet altijd een plaats in mijn hart en mijn gedachten heeft gehad en dat geldt voor hele spelersgroep van toen. We zullen Beeckestijn, de diagonalen en het kruisen van de aanvallers, waar hij altijd op hamerde nooit vergeten.
    Hoewel Piet uiteindelijk 87 jaar is geworden, is het overlijden van Piet gewoon kluite met vijf o’s.

    Arthur Oosthoek