• Om ons verenigingsgevoel een nieuwe boost te geven wordt er in de kantine van FC Castricum op woensdag 20 maart een avond georganiseerd over de vraag: "Wat is ons DNA clubgevoel". Onder leiding van een coach vanuit de KNVB gaan we een aantal vragen beantwoorden over dit thema o.a.: Wat vind je belangrijk binnen de club? Waar zijn we goed in?; Wat kunnen we verbeteren?; Wat vind je leuk bij FCC?; Waar ben je trots op?
    Maar allereerst lijkt het mij wel zinvol om eens na te gaan hoe het met onze eigen voetbal-genen is gesteld. Zonder spelers met goede voetbalgenen ben je als club natuurlijk nergens. Wat dat betreft heeft onze Veteraan, de chemisch microbioloog Prof. Dr. Bauke Oudega, al eens een wetenschappelijk onderzoek verricht naar de voetbalgenen van onze Veteranen en die vergeleken met de voetbalgenen van Johan Cruijff. Het volgende resultaat is reeds drie jaar geleden door hem gepubliceerd in het boek van de Veteranen: "Voetbal als metafoor voor het leven"

    "Het beste wetenschappelijke nieuws van deze tijd is wel, dat het menselijk genoom nu geheel bekend is. Alle miljoenen basen zijn gesequenced en er zijn ruim 30.000 genen gedetecteerd. Dat biedt enorm veel mogelijkheden voor de voetbalsport. Zo kunnen we b.v. de voetbalgenen van Pele of Cruijff vergelijken met een ander voetbaltalent. Zoals bij de veteranen b.v. met die van onze begaafde, maar grillige linksbuiten Rob Gaartman. Ik heb dit onlangs gedaan door uit het doucheputje een bosje haren op te vissen nadat Gaartman zich uitgebreid had staan afschrobben. Uit die haren zijn met de DNA-array techniek de genen van onze Rob vergeleken met die van Johan Cruijff. De uitkomst was verrassend, Rob blijkt alle bekende voetbalgenen te hebben die Cruijff ook heeft, maar hij brengt ze slecht tot expressie. Bij Cruijff staan ze vol aan, bij Rob staan de meeste voetbalgenen uit en sommige wieberen een beetje tussen uit en aan. Dat verklaart veel, in potentie zit het er wel in bij onze Rob, maar het komt er alleen niet helemaal uit. De voetbalgenen van de andere veteranen zullen ook geanalyseerd worden, met name die van Frank. Wie weet blijkt zijn idee-fixe toch te kloppen en is hij een grote carrière als voetballer misgelopen".

    Nader onderzoek kan misschien ook de voetbalintelligentie genen van onze beste spelers Ronald Krom en Nico Kuijs in beeld brengen. Waarschijnlijk zal dan ook blijken dat het verwoestende harde schot van onze Bauke, de altijd rake kopballen van Peter van Splunter en het "kappen en draaien" van Jan Weenink ook genetisch vastgelegd zijn.
    De toonaangevende profclubs zijn natuurlijk ook sterk geïnteresseerd in dit soort genetisch onderzoek, maar speuren ook naarstig naar jonge spelers met de beste voetbalgenen. Niet voor niets heeft Lieke Martens een contract gekregen bij Barcelona. De ultieme voetbalbaby zou zo maar geboren kunnen worden, als de liefdesvonk tussen haar en Lionel Messi zou overslaan.
    Wat het overerven van voetbalgenen betreft ziet het er voor FC Castricum zeer rooskleurig uit met de vele zonen en dochters uit de bekende FC Castricum voetbalfamilies, die doorstromen naar de hoogste selectieteams. Overigens was dit wel te verwachten, want ze hebben bijna allemaal de onovertroffen jeugdtraining van Rob Kramer doorlopen. Als geboren en getogen Volendammer beschikt onze "Pater Familias van FC Castricum" dan ook over misschien wel Nederlands meest beroemde technische voetbalgenen. 

    Zelf mag ik trouwens ook niet mopperen over mijn Amsterdams straatschoffie voetbalgenen die bij mijn zonen Jeroen en Wouter goed tot expressie zijn gekomen. Jeroen heeft gedurende een periode van 10 jaar in het eerste van SCC/FC Castricum gespeeld en behoort volgens Peter van Splunter tot de beste technische spelers ooit van FC Castricum. Mijn jongste zoon Wouter speelde altijd in de hoogste selectieteams bij de jeugd van CSV en zijn zoon Tim viel bij de jeugdopleiding van FC Castricum op door zijn grote balvaardigheid.
    De zoontjes Mees en Seppe van Jeroen hebben kort geleden bij een voetbalpartijtje op een "Johan Cruijff Court" (zie foto) hun opa Frank kansloos weggespeeld. Maar toch heb ik het idee, dat mijn jongste kleinzoon Stef het meeste kans maakt om door te breken als een begenadigd voetbaltalent. Op tweejarige leeftijd is hij nu al tweebenig met een fraaie slepende techniek. Niet verwonderlijk overigens want zijn moeder Julie haalde net niet de top in het damesvoetbal, voornamelijk omdat ze koos voor een wetenschappelijke carrière als klinisch geneticus. Wie weet, kan zij in de toekomst meer duidelijkheid verschaffen over onze "Voetbalgenen".
    "de Rechtsbinnen"